Het leven van Sint-Yvo

De heilige Yvo overleed op 18 mei 1303, 700 jaar geleden. Toen hij stierf op zijn familiegoed te Ker Martin nabij Tréguier in Bretagne, stond hij in heel deze regio en zelfs ver daarbuiten hoog aangeschreven als advocaat en rechter, als priester en officiaal (d.w.z. voorzitter van de kerkelijke rechtbank van zijn bisdom).

De H. Yvo is één van die heiligen uit lang vervlogen tijden waarover wij bijzonder goed geïnformeerd zijn. De akten van het proces van heiligverklaring zijn volledig bewaard. We beschikken aldus over uitvoerige getuigenissen, onder ede afgelegd en zorgvuldig genotuleerd, van een grote schare van zijn tijdgenoten.

Sint-YvoVrijwel onmiddellijk na zijn dood begonnen talrijke mensen die Yvo gekend hadden bij de kerkelijke overheden aan te dringen op zijn heiligverklaring, zijn canonisatie, d.w.z. de opname in de officiële lijst (canon) door de daartoe bevoegde overheid, nl. de paus. Het tijdsklimaat in Europa was in die periode zeer onrustig en vol spanningen en miserie. Deze periode werd gekenmerkt door hongersnoden, besmettelijke ziekten, oorlogen, geweld en sociale uitbuiting. Er woedde ook een hevige strijd tussen het kerkelijk en het wereldlijk gezag. Het toenmalige pausdom werd geteisterd door allerlei schandalen, intriges, theologische twisten en vele vormen van machtsmisbruik. In 1309 vestigde paus Clemans V het pauselijk hof te Avignon (en pas in 1377 zou er aan die zg. "Babylonische gevangenschap" een einde komen). Ondertussen bleef het Bretoense volk bij zijn bisschoppen aandringen om een voorbereidend onderzoek aan te vatten naar het leven en het werk van Yvo Hélori. Eén van de merkwaardige uitspraken die toen uit de volksmond werden opgetekend luidde: "Advocatus sed non latro, res miranda populo" : hij was advocaat en toch geen dief, tot grote verwondering van het volk.

Het duurde evenwel nog 27 jaren vooraleer Paus Johannes XXII een officiële commissie van onderzoeksrechters benoemde. Deze commissie ging aan het werk in Tréguier en gedurende zes weken hoorde zij 232 getuigen. In 1331 werd het proces-verbaal hiervan overgemaakt aan het pauselijk hof te Avignon. Daar werd een commissie van kardinalen benoemd met de opdracht een betrouwbare en geverifiëerde biografie op te stellen van Yvo Hélori. Maar het pauselijk hof werd overspoeld door allerlei processen en grote politieke zorgen. Zestien jaar lang bleef dit dossier veilig opgeborgen maar niet behandeld. Uiteindelijk heeft Paus Clemans VI op 19 mei 1347 Yvo heilig verklaard.

Ondertussen werd hij in Bretagne reeds vele jaren aanroepen en vereerd. Steunend op de akten van dit proces van heiligverklaring beschikken we vandaag over een betrouwbare kennis betreffende het leven en het werk van de H. Yvo.

Hij werd geboren in 1253, in een landhuis nabij Tréguier, een Bretoens stadje. Zijn ouders behoorden tot de lagere landadel. Als hij 12 jaar is zenden zijn ouders hem naar Parijs waar hij vijf jaar later een bacchalaureaat behaalt in de Artes Liberales. Vervolgens studeerde hij in Parijs Theologie en Kerkelijk Recht. Vandaar trekt hij naar Orléans voor de studie van het burgerlijk Recht. Hij doet stage bij de kerkelijke Rechtbank van zijn geboortestad Tréguier. Nadien werd hij aangesteld tot Officiaal van de Bretoense stad Rennes. Vier jaar later benoemt de bisschop van Tréguier hem tot zijn Officiaal, een ambt dat hij blijft uitoefenen tot in 1300, drie jaar voor zijn dood.

Als Yvo 31 jaar is wordt hij tot priester gewijd, en naast de taak van Officiaal nam hij ook het ambt van pastoor van een parochie op zich. Hij bleef pastoor tot aan zijn dood in 1303, op vijftigjarige leeftijd.

Sint-YvoYvo werd van huis uit vroom opgevoed. In die tijd geraakte ook in Bretagne Franciscus van Assisi erg bekend en Yvo vond inspiratie in diens ideaal van armoede en ascese. Van jongsaf aan zocht Yvo contact met de vele armen uit zijn omgeving. In zijn studietijd ontstond aan de universiteit van Parijs een stroming binnen de Filosofie die opkwam voor een vrije commentaar op de grote denkers uit het verleden zoals Aristoteles. Deze filosofische stroming trachtte zich los te maken van de bevoogding van de theologie. De theologische opleiding werd nog gedomineerd door het magistrale werk van Petrus Lombardus, die reeds een eeuw vroeger was gestorven.

Toen Yvo in Parijs studeerde, namen twee nieuwe theologische denkrichtingen het tegen elkaar op. De eerste stroming werd gedragen door de Franciscanen: zij verdedigden de klassieke kerkelijke dogma's. Een tweede denkrichting kreeg de steun van de Dominicanen: zij trachtten het Aristotelisme te verzoenen met de christelijke openbaring. De grote voorman van deze richting was Thomas van Aquino. Het staat vast dat Yvo lessen heeft gevolgd bij deze laatste. Zo werd zijn geest gescherpt in een vormingsysteem dat in volle en soms ook stormachtige evolutie was.

Als student stond Yvo bekend om zijn grote studie-ijver. Zijn medestudenten merkten ook op dat Yvo meer en meer ascetisch ging leven. Zo sliep hij bv. op de grond op wat stro, alhoewel hij over een bed kon beschikken. Dikwijls deelde Yvo zijn voedsel met de vele armen van de grootstad Parijs.

Reeds als student kwam Yvo in contact met de strijd tussen de wereldlijke macht van de adel en de koningen, en anderzijds de geestelijke macht van pausen en bisschoppen. Zo kwam de kerkelijke rechtspraak in botsing met de wereldlijke rechtspraak. Heel wat conflicten draaiden dan ook rond de rechtsbevoegdheid, de jurisdictie.

Sint-Yvo

Op vraag van een van de aartsdiakens van de stad Rennes, die gehoord had over de eminente kwaliteiten van Yvo als jurist en als mens, werd hij kerkelijk rechter in deze stad. Daar kreeg hij o.a. te maken met betwistingen tussen leken en clerici, maar ook met huwelijkszaken, erfeniskwesties, conflicten tussen heren en vazallen, eigenaars en huurders. M.a.w. Yvo kreeg te maken met allerlei processen, behalve met criminele zaken. In zijn hoedanigheid van advocaat en van rechter kreeg Yvo de faam van onverstoorbaar op zoek te zijn naar de waarheid. Hij oordeelde met veel zin voor billijkheid en streefde zoveel mogelijk naar verzoening tussen de partijen. Hij stelde zich steeds onpartijdig op en weerstond aan de druk van de machthebbers die de armen en zwakkeren probeerden te benadelen. Ook nu hijzelf van een zekere welstand genoot, toch bleef hij zeer ascetisch leven. Dikwijls nodigde hij arme studenten bij zich aan tafel. Hij bleef een man van studie en gebed. Regelmatig bezocht hij het klooster van de Franciscanen en volgde er ook Bijbelstudie. Yvo trad toe tot de Derde Orde der Franciscanen.

Wanneer de bisschop van Tréguier hem in 1283 tot zijn Officiaal benoemt, krijgt Yvo belangrijke opdrachten. Tréguier fungeerde immers als hof van beroep voor de kerkelijke Rechtbank van Tours. Ook in deze functie genoot Yvo een groot moreel gezag. Daarenboven blijkt hij een begenadigd redenaar te zijn.            

Hij komt ook in botsing met de rechtbank van de Franse koning, Filips de Schone, wanneer deze een zware belasting oplegt aan de bisschop, het kapittel en de clerus van Tréguier. Yvo beschouwde deze koninklijke maatregel als een schending van de rechten van de Kerk in Bretagne. Vele armen aarzelden om hun zaken voor het gerecht te brengen omdat zij vreesden de proceskosten niet te kunnen betalen, én het niet te kunnen halen tegen machtige en rijke heren. Yvo steunt hen dikwijls door de proceskosten op zich te nemen. Hij sticht ook een soort "gerechtelijke bijstand", en treedt meermaals zelf op als advocaat van armen en zwakken, van weduwen en wezen. Hij verdedigt hen niet alleen in Bretagne, maar tot voor het parlement van Parijs toe.

In zijn geboortehuis te Ker Martin nabij Tréguier richtte Yvo een onthaalcentrum op voor behoeftigen. Hij gaf daar niet alleen juridische bijstand, maar verschafte hen ook materiële, morele en geestelijke bijstand. Hij richtte o.a een ziekenzaal in. Zo bleven hele families van behoeftigen jarenlang bij hem te gast.

We mogen dan ook zonder enige aarzeling besluiten dat het leven en het werk van de H. Yvo gekenmerkt werden door een sterke drang naar gerechtigheid, door een beschikbaarheid zonder grenzen, vooral dan voor armen en zwakken, dit alles gegrondvest op een diepgewortelde spiritualiteit. Indien wij als juristen de H. Yvo waardig willen gedenken, dan houdt dit ook in dat wij bereid zijn ons te spiegelen aan zijn levenshouding. Ook in deze tijden worden aan recht en gerechtigheid fundamentele vragen gesteld, en ook vandaag moeten juristen weerstaan aan allerlei druk die hen bedreigt in hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Wij worden blijvend uitgenodigd onze eigen spiritualiteit te voeden aan de bronnen van een rijke traditie van zin voor rechtvaardigheid en medemenselijkheid, van billijkheid en solidariteit met allen die op ons, juristen, beroep doen.

 

processie Tréguier

E.H. Jan Van den Wijngaert,
Officiaal van het bisdom Antwerpen,
Moderator van de Confraternitas Sint-Jacobskerk te Antwerpen, 8 mei 2003